Een kwart van de basisschoolleerlingen scoort een onvoldoende op beweegvaardigheid. Bekijk online versie
Column Jan Dirk van der Zee, directeur amateurvoetbal
Vrijheid van onderwijs beperkt beweging van kinderen
 

“Waarom zijn jullie zo ouderwets in het amateurvoetbal?” vroeg een Tweede Kamerlid, toen ik hem vorige week sprak over kinderen die nauwelijks meer sporten of bewegen. Een kwart van de basisschoolleerlingen scoort een onvoldoende op beweegvaardigheid. Ook hij maakt zich zorgen, maar verwijt ons dat we te weinig oog hebben voor vernieuwing van het spelaanbod.

Volgens de politicus moet het voetbal net zo eenvoudig te beoefenen zijn als televisiekijken met Netflix en vertelde dat zijn boekhoudster nu, naast haar lidmaatschap van een atletiekvereniging, regelmatig meedoet aan georganiseerde free-runs over het haventerrein van Amsterdam Noord. “Wordt het geen tijd, dat jullie ook anders gaan kijken?” klonk het ongeduldig.

Laat ik vooropstellen dat het fijn is dat de politiek steeds meer belangstelling heeft voor lichaamsbeweging en voetbal in het bijzonder. Dat er meer politieke partijen zijn dan ooit, die een bredere maatschappelijke rol zien weggelegd voor de sport. Maar ik schrok van de geringe praktijkkennis over wat er werkelijk gebeurt bij het meest populaire spel van dit land. Kennelijk hebben woordvoerders in de Tweede Kamer nog nooit gehoord van het snelgroeiende 7 tegen 7 (met vrienden huur je een veld af bij de club in de buurt), Walking Football (senioren voetballen in wandeltempo op een kwart veld) en Kicks (geen tijd, toch voetbal).

Dat wij al jaren bezig zijn om mensen buiten de gebaande paden van de club bij het voetbal te betrekken. Dat de bond ook ziet dat de belangstelling voor het jeugdvoetbal terugloopt (elk jaar 4 procent). Dat we dezelfde zorgen delen over kinderen die niet meer achter hun smartphone vandaan komen. Maar dat wij naast allerlei nieuwe initiatieven blijven geloven in de vereniging als de plek waar je in een veilige omgeving sport en samen plezier maakt. Aan het Tweede Kamerlid vertelde ik tot slot, dat we in diverse steden met andere sportverenigingen mooie initiatieven hebben lopen om kinderen in achterstandswijken uit huis te krijgen en op een aantrekkelijke manier te laten sporten.

Zo waren we weer terug bij het begin van ons gesprek. Hoe kunnen we elkaar helpen om de basis op orde te krijgen, zodat kinderen meer gaan bewegen? In Australië, vertelde ik, wisten ze wel raad met dit probleem. In de strijd tegen overgewicht, besloot de regering enkele jaren geleden 400 miljoen euro uit te trekken voor een integrale aanpak van obesitas met een hoofdrol voor de sport en sport op scholen.

De politicus schudde met zijn hoofd. “Zal in Nederland slechts gedeeltelijk gaan werken,” zei hij. “In dit land hebben we vrijheid van onderwijs. Scholen beslissen zelf over de aanstelling van een vakdocent gym en/of het geven van extra uren lichamelijke opvoeding. Hoe goed we ook samenwerken en hoeveel extra geld er ook ter beschikking komt, daar zit de achilleshiel van de integrale aanpak; in het onderwijs zelf.

Geloof je toch niet.


 
EERDERE COLUMNS JAN DIRK
Lees alle eerdere columns van Jan Dirk op KNVB.nl.
 
Jan Dirk van der Zee is directeur amateurvoetbal KNVB. In zijn wekelijkse column bericht Jan Dirk over alles wat voetbal mooi maakt (en soms lastig) en geeft hij zijn kijk op het voetbal en het verenigingsleven. Reageren? Dat kan via jandirk.vanderzee@knvb.nl.